Ga naar de inhoud

U bevindt zich hier:

Lees voor

Onderwijs en AWBZ-zorg

Veel kinderen met een beperking kunnen aan het reguliere of speciale onderwijs deelnemen zonder aanvullende voorzieningen. Er is echter ook een grote groep leerlingen voor wie dat niet opgaat. Deze leerlingen hebben aanvullende voorzieningen nodig, bijvoorbeeld AWBZ zorg.

Voorliggende voorziening
Het is van belang om te weten of de leerling een indicatie heeft voor speciaal onderwijs of een rugzak voor het regulier onderwijs. Bovendien is het belangrijk om te weten tot welk cluster de leerling behoort en welk soort onderwijs het betreft. Dit is belangrijk omdat er sprake kan zijn van een 'voorliggende voorziening'. Dit is een voorziening die voorgaat op de AWBZ-zorg. Dat betekent dat volgens de regeling een school zelf een deel verzorging, verpleging of begeleiding moet leveren aan de leerling voordat er aanspraak gedaan kan worden op de AWBZ. Er wordt bij de indicatiestelling AWBZ geen onderscheid gemaakt tussen speciaal onderwijs of regulier onderwijs met een rugzak. Do voorliggende voorziening wordt door de AWBZ niet vergoed en dus afgetrokken van het totaal aan geïndiceerde zorg.

AWBZ per functie
Indicatie van AWBZ zorg in het onderwijs is slechts mogelijk voor drie van de zeven functies. Het betreft de functies: persoonlijke verzorging, verpleging en begeleiding. 

Persoonlijke verzorging
Bij deze functie gaat het om het ondersteunen bij of het overnemen van activiteiten op het gebied van de algemene dagelijkse levensverrichtingen. Bijvoorbeeld wassen, aankleden, hulp bij toiletgang, hulp bij eten en drinken, hulp bij beweging en houding. Ook het stimuleren van de zelfredzaamheid en het zo mogelijk aanleren van ADL-activiteiten behoort tot deze functie.

Verpleging
Bij deze functie gaat het bijvoorbeeld om het toedienen van medicijnen, zuurstof, aanbrengen van infuus, katheter, wondverzorging, lichamelijke controles en het geven van injecties.

Begeleiding
Bij deze functie gaat het om activiteiten die de cliënt ondersteunen bij zijn dagindeling en zijn participatie in de samenleving. Bijvoorbeeld het structureren van de dag, het geven van praktische hulp, het in het kader van de doelstelling van de zorg vergezellen van de verzekerde, het bieden van ondersteuning bij het voeren van de regie over het leven, en, met name als er sprake is van een verstandelijke beperking, het bieden van een gezinsstructuur. De ondersteunende begeleiding vindt onder andere plaats door middel van ondersteunende of structurerende gesprekken en non-verbale communicatie, het oefenen van dagelijkse vaardigheden en het stimuleren van gedrag dat al bij de verzekerde aanwezig is. Afhankelijk van de situatie kan de zorg zowel individueel als in groepsverband worden aangeboden.
 
Indicatiestelling verloopt via het Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) of Bureau Jeugdzorg (BJZ). Zij